Partnerschap

Gemeenten en jeugdhulp werken samen in zorg voor kinderen

Als je het nieuws leest over de jeugdzorg, lijkt het soms alsof er bijna niets lukt in de samenwerking. Alsof iedereen langs elkaar heen werkt. Alsof gemeenten alleen maar op de centen zitten en jeugdhulporganisaties alleen maar geld willen verdienen. Maar al jarenlang ervaren wij de samenwerking op heel veel plekken totaal anders. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. En die verantwoordelijkheid nemen veel wethouders, raadsleden, ambtenaren en wijkteams heel serieus. Net zoals jeugdhulporganisaties zich vol inzetten om kinderen en gezinnen op maat te ondersteunen wanneer opvoeden te ingewikkeld wordt.

We kennen legio goede voorbeelden van gemeenten die met ons creatieve oplossingen bedenken in het belang van kinderen. De inhoud van het gesprek met hen is steeds: wat hebben deze kinderen nu nodig? Wat hebben ouders nodig? Hoe kunnen we zorgen dat kinderen zo thuis en zo gewoon mogelijk kunnen opgroeien en ontwikkelen? Die oplossingen liggen soms minder voor de hand dan we met elkaar al geregeld hebben. Kinderlevens ontwikkelen zich niet altijd zo dat we standaardoplossingen kunnen bedenken die altijd passend zijn. Ook -vooral- niet in de jeugdzorg.

Buiten proportie Ondanks de positieve ontwikkelingen is er ook echt nog veel werk aan de winkel. Een belangrijk thema is: wat is jeugdzorg en wat niet? Waar vinden we dat we als samenleving aan bij moeten dragen en wat hoort bij het gewone leven? In dit maatschappelijke debat moeten jeugdhulporganisaties én gemeenten zich mengen. We vinden dat 1 op de 7 kinderen nu jeugdhulp krijgt, buiten proportie is. Het is tijd dat we maatschappelijk accepteren dat het leven niet alleen een opwaartse lijn is, maar dat -tot een bepaalde hoogte- ongemak, onzekerheid, angst, zelfs lijden ook hoort bij het gewone leven. Deze discussie wordt deels gevoerd in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd, maar die kunnen gemeenten ook voeren. Bij het gewone leven hoort ook dat je niet in één klap volwassen bent als je 18 jaar wordt. Zeker niet als je een ingewikkelde jeugd had. Voor veel jongeren is een vertrouwd gezicht dan essentieel. Maar de Jeugdwet maakt dan direct een harde knip en hulp wordt radicaal gestopt. Het is mooi om te merken hoe verschillende gemeenten van deze knip in de praktijk een rits maken.

'Mooi hoe gemeenten van knip een rits maken'

We doen het samen Eén van de belangrijke drijfveren die we voor onze organisatie hebben geformuleerd, is: we doen het samen. En dat nemen we heel letterlijk. Daarom moeten we het eigenlijk ook niet meer hebben over jeugdzorg of jeugdhulp, maar over familiezorg. Je hebt ouders en het sociale netwerk van kinderen nodig om kinderen te kunnen helpen. Hoewel we van grote waarde kunnen zijn, zijn we in de meeste gevallen passanten in een kinderleven. Families en het verdere sociale netwerk gaan een leven lang mee. Daar moet oog voor zijn. Werken met een door het kind zelfgekozen mentor (de JIM) die blijft, ook nadat professionele hulp weer terugtreedt is daarbij een belangrijke stap.

Armoede en schulden

‘We doen het samen’ houdt ook in dat we niet alleen kijken naar de kinderen, maar ook naar wat er in de omgeving gebeurt wat van invloed is. Zo weten we dat armoede en schulden bij ouders een enorm effect hebben op de ontwikkeling van kinderen. Het kan zorgen voor stress bij kinderen waardoor ze zich anders gaan gedragen. Als we ons vervolgens alleen op het gedrag van het kind focussen, lossen we het probleem niet op. We moeten het elkaar dus ook makkelijker maken om over grenzen van wetten, afdelingen en sectoren samen te werken. De toeslagenaffaire is helaas slechts één van de voorbeelden waar het mis ging.

Elkaar kennen

Natuurlijk: gemeenten en jeugdhulporganisaties doen het ook samen. De rompslomp rond financiën en aanbesteding zorgt ervoor dat we soms onnodig tegenover elkaar komen te staan. Cijfers staan centraal, terwijl het gesprek over kinderen en gezinnen moet gaan. Goedkoop blijkt vaak duurkoop te zijn. En het zijn dan vooral kinderen en gezinnen die de prijs betalen. Duurzaam partnerschap levert meer op dan de scherpste prijs of de meeste inkomsten op korte termijn. Het betekent vooral dat we elkaar moeten kennen: weten van elkaar wat we doen, waar we aanvullend zijn en wat de effecten van keuzes zijn. Daardoor zijn we flexibeler om oplossingen te vinden voor de ingewikkelde situaties waar we soms in terecht komen bij kinderen en gezinnen.

Brandweer

Het is aan ons om te komen met oplossingen voor de situaties waarin het systeem ons gedrukt heeft. Een voorbeeld: crisiszorg moet altijd bereikbaar zijn. Net zoals de brandweer altijd klaar staat om een brand te blussen. Als crisishulp en -opvang alleen betaald wordt voor inzet, en niet voor aanwezigheid, gaat het fout. Net alsof we de brandweer voortaan alleen zouden betalen per gebluste brand – per uur, maar niet voor de tijd dat ze beschikbaar zijn op de kazerne ‘want dan doen ze niets’. Dit soort weeffouten moeten we oplossen. Jeugdhulporganisaties moeten zich realiseren dat jeugdhulp niet alleen goede interventies betekent, maar ook nabijheid, bereikbaarheid en niemand laten wachten.

‘Een goede toekomst voor kinderen is een verantwoordelijk­heid van ons allemaal’

Succesfactor

Jeugdhulp is mensenwerk. Sterker nog; het succes van hulp en ondersteuning wordt grotendeels bepaald door een goede relatie tussen die ene hulpverlener en haar of zijn cliënt. Landelijk zien we dat nu vooral de focus wordt gelegd op de interventies en de waarde daarvan. Goed om daar scherp op te zijn, maar we moeten ook realistisch zijn. De fantastische medewerkers die we hebben, die met aandacht en toewijding de connectie weten te maken met kinderen en gezinnen: zij zijn de succesfactor. Zij zijn de evidence based interventies! Dit zou een grote rol moeten spelen bij de kwaliteitseisen voor jeugdhulp.

De voorbeelden in deze Present laten zien dat we het kunnen. Want hoe het ook georganiseerd is; zorgen voor een goede toekomst voor kinderen is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wanneer we dat vooropstellen en kijken wat we daarvoor nodig hebben, merken we snel dat het allemaal een stuk simpeler én beter kan.

Delen